“Ik kan je doorverwijzen naar een revalidatie-arts of fysiotherapeut” zei de arts tijdens een controle-afspraak drie maanden na mijn stentplaatsing, toen ik aangaf dat ik maar weinig tot geen verbetering merkte.
Het was zaterdag, eind juni 2022, een dag zoals de meeste zaterdagen bij ons verlopen. Ons is in dit geval ons gezin. Mijn man, onze twee jongens en ikzelf. De puppy die sinds kort bij ons woonde moest naar cursus en die dag gingen we samen voor de eerste keer. Bij het opstaan merkte ik al dat ik wat lastiger liep en meer last van mijn been had dan anders. In de weken ervoor had ik dit al vaker opgemerkt. Niet direct iets waar ik mij zorgen over maakte maar het bleef wel in mijn hoofd zitten. In de loop van de ochtend merkte ik meer druk op in mijn been en begon de pijn toe te nemen. Het was prachtig weer die dag en geen straf om op een bankje toe te kijken hoe Passat, de pup, enthousiast over het veld dartelde en met de grootste moeite luisterde naar de commando’s die ze kreeg. En terwijl ik daar zat werd ik al onrustiger want ik begon me zorgen te maken. De pijn en druk werden door rust niet minder, alleen maar erger juist. Toen de cursus was afgelopen liepen we naar de auto. In mijn geval kon je het geen lopen meer noemen eerder strompelen. De rit die maar 15 minuten duurde was vreselijk door een misselijkmakende pijn. Op dat moment gingen er alarmbellen af in mijn hoofd maar probeerde ik me niet al te grote zorgen te maken hoewel dit niet eenvoudig was. Thuis gekomen heb ik mijn been gecheckt en zag ik dat het dikker was dan de ander. Met een kussen onder mijn knie en enkel belde ik huilend mijn vader op, hij werkt in de zorg en is mijn medische vraagbaak, hij luisterde en zei dat het geen slecht idee was om de doktersdienst te bellen. Op dat moment wist ik dat het een lange middag ging worden.
Bij de SEH wilde ze mij met mijn voorgeschiedenis direct zien. Omdat we niet zo snel oppas konden vinden ben ik alleen heen gegaan, we wonen gelukkig vrij dichtbij. Mijn schoonmoeder die toevallig net vrij was heeft de rest van de middag met mij in de wachtkamer gezeten. Ontzettend fijn. Na onderzoeken werd er besloten het tromboseprotocol te starten. Omdat het weekend was waren er geen radiologen beschikbaar om een echo te maken, daarvoor moest ik maandag weer terugkomen. Op basis van mijn voorgeschiedenis en klachten werd het zeer serieus genomen, de kans dat het trombose was werd voor zeer aannemelijk aangenomen.
Maandag lag ik op de tafel van de echoscopiste voor het onderzoek. Het duurde lang en toen het klaar was en ik wachtte in de wachtkamer werd ik opgeroepen voor extra beelden. Opnieuw was mijn schoonmoeder mee die zo lief was om weer mee te gaan. Dat er een extra keer gekeken moest worden was een beetje vreemd. Na zo’n onderzoek krijg je de uitslag van een arts. Het gesprek werd onderbroken door een telefoontje voor de dienstdoende SEHarts, toen hij terugkwam was hij duidelijk: “U heeft weer trombose”. Die woorden maakte zoveel los. Ik moest huilen want ik wist dat ik het goed aan had gevoeld. Dat dit moment levensveranderend zou zijn kon ik op dat moment nog niet weten, en maar goed ook want het zette alles op z’n kop.








Plaats een reactie