Met tranen rollend over mijn wangen liep ik het gebouw uit. In mijn hand hield ik een tas vast. Die tas had ik niet bij mij toen ik het gebouw betrad.
Na een afspraak met de fysiotherapeut reed ik weer terug naar huis. Mijn werk zit zowat op de route en aangezien ik nog iets moest regelen daar, leek het me geen slecht idee om even langs te rijden. Ik voel me al een paar dagen vrij goed en aangezien ik verder niets gepland heb kon het ook. Dus nam ik de afslag en stond ik vijf minuten later voor de deur van mijn werk.
Precies toen ik het plein opliep ging de bel en zat de aula dus vol toen ik binnenstapte. Misschien helpt het als ik zeg dat ik docent ben op een middelbare school. Ik stapte de lift in en toen begon de tranen al omhoog te komen. Donderdag is de vergaderdag dus de koffiekamer zat stampvol mensen. Waar ik in de auto nog zin had om mijn collega’s even te zien zonk bij het opendoen van de deur alle moed mij in de schoenen. Ik wist niet zo goed wat mij overkwam. Als een stagiaire die haar eerste dag heeft stapte ik naar binnen. Als ik mijn mond zou opendoen en iets zou zeggen wist ik dat de tranen ook zouden komen. Snel zocht ik een plekje naast een fijne collega en inderdaad na de eerste “hoe is het?” ging ik nat. Letterlijk en figuurlijk.
Erover nadenken waarom dit gebeurde hoef ik niet. Overwerkt verdriet kwam heel duidelijk naar boven. Als je thuis zit op de bank is het er niet. Mijn leven heb ik weer aardig op de rit maar de veilige afstand met het werk bracht naast rust ook een soort pauze aan in het deel van het rouwproces wat ook nog aandacht verdient. Ik voel me nog steeds goed. Gelukkig zak ik niet ongewild dieper in de depressie. Ruimte geven aan dit stukje verlies lukt me goed. Uitspreken dat lesgeven een afgesloten hoofstuk is helpt hier enorm bij. Dat is onwijs kut. Andere woorden kan ik even niet bedenken. Boosheid en verdriet wisselen zich af. Het nest waar ik mij acht jaar lang veilig heb gevoeld ga ik verlaten. Dat doet zeer.
Na veel fijne gesprekjes ben ik naar de berging gelopen en heb ik mijn kast alvast wat opgeruimd. Met een tas vol spullen, die nog in de kast lag, was ik klaar om te gaan. Met tranen rollend over mijn wangen liep ik het gebouw uit. Ik keek naar de tas en las de tekst die er op stond: Prettig kerstfeest. Die ene zin raakte me nogal. De plastic tas die ik had gevonden nam ik vlak voor de kerstvakantie mee met wat spullen. En nu liep ik ermee naar buiten. Toen ik de tas meenam had ik geen idee dat precies die dag mijn laatste dag zou zijn, dat ik zou lesgeven. “Prettig kerstfeest?” dacht ik boos. Helemaal niet. Ik ging naar huis toen en wist niet dat ik niet weer terug zou keren.
Gelukkig was mijn kerst heel fijn. Maar die zin op de tas was even een terugblik in de tijd. Toen dacht ik dat ik zou verdrinken. Maar door los te laten en mij mee te laten voeren door de golven, heb ik weer vaste grond onder de voeten. Klaar voor nieuwe dingen.








Plaats een reactie