Ik word wakker en heb goed geslapen merk ik. Snel trek ik wat kleren aan, poets m’n tanden en help de kinderen naar school. Super fijn dat ze zelf naar school fietsen want hierdoor hoef ik er niet uit. ‘Ik moet goed om mezelf denken’ is zo ongeveer een mantra wat zich telkens afspeelt in mijn hoofd. De daad bij het woord voegend neem ik mijn koffie mee naar de bank en zet m’n koptelefoon op voor een luisterboek. Ik druk de onrust weg en herhaal maar weer eens ‘ik moet goed om mezelf denken’. Hiermee hoop ik de drang om op te ruimen te onderdrukken. Als de koffie op is sta ik zomaar boven en heb ik de was verzameld die ik vervolgens beneden bij de wasmachine neerleg. ‘Even een wasje, moet kunnen’ zeg ik tegen mezelf. De was uit de droger en die van gisteren neem ik mee naar de bank want was vouwen kost geen energie en kan ik op de bank doen maak ik mezelf wijs. Dat ik de afwasmachine al heb uitgepakt en de spullen van het ontbijt opgeruimd heb telt niet mee in mijn hoofd. Na allemaal kleine klusjes te hebben gedaan merk ik dat ik echt moe ben en ga eindelijk echt rusten op de bank.
In de middag zijn er zo ook kleine dingen die ik in huis doe. Er komt wel wàt rust bij kijken maar echt luisteren naar mezelf doe ik niet. Na het eten als de kinderen avondvierdaagse aan het lopen zijn valt het kwartje… Ik zit tot m’n ellebogen in de ontkenningsfase.
Ik wil dit niet. Weer dit hele proces door van herstel en hoop. Afwachten of de ingreep iets heeft gedaan en of de nieuwe vernauwing blijvende klachten meebrengt of dat het meevalt. Ik heb er echt geen zin in.
Maar.
Ik weet dat als ik het niet aanga het alsnog komt. Hier moet ik weer doorheen. Toegeven aan herstel, goed uitrusten en erkennen dat het niet is wat ik, misschien toch, gehoopt had.








Plaats een reactie