Laconiek, sceptisch en onverschillig. Zo voelde ik mij in de aanloop naar de ingreep. Precies wist ik wat er ging gebeuren. Een betere voorbereiding kan je niet hebben denk ik. Dat het zo voelde, ik bedoel dat ik dacht dat het zo voelde had misschien wel een signaal moeten zijn. Eigenlijk hoorde ik dat signaal ook wel achteraf gezien. Want zo was het niet echt.
Ik ben echt boos. Boos dat mij dit allemaal overkomt, dat er telkens iets is, dat het niet ophoudt. En dat breekt me op.
Al een paar weken geleden zei ik tegen mijn partner dat het niet meer goed lukte positief te zijn en dat ik veel last had van depressieve gedachten. Mijn manier om daarmee om te gaan is dan om eerst vooral positief te denken. Te focussen op alles wat goed en mooi is. Dat houd ik dan best lang vol. Hoewel ik weet dat ik ruimte moet geven aan dat nare gevoel doe ik dat te weinig. Ik ben er van overtuigd dat ik dat dus wel doe maar dat is iets wat ik mezelf graag vertel, denk ik. Want wie wil nou depressief zijn.
Mijn lontje werd korter merkte ik. En reflectief als ik ben probeerde ik dat vooral niet te uiten. Want ook nu herhaal ik weer; wie wil er nou boos zijn. Ik vocht ongemerkt weer hard tegen mijzelf. Heel gek maar ik heb dat eerst oprecht niet door. Of wil het niet doorhebben.
Tot mijn wederhelft een weekend weg ging. Op de ochtend dat hij vertrok moest ik al vroeg in het ziekenhuis zijn voor controle dus namen we afscheid toen ik weg ging. De controle was gelukkig goed maar op de terugweg overviel mij zo’n gevoel van eenzaamheid, en was mijn veilige haven er even niet. Dat weekend heb ik voor het eerst in mijn leven heimwee gehad.
Na dit weekend kwam een familielid langs om even te polsen hoe het was. Diegene had het gevoel dat het niet goed ging. Ik barste in tranen uit en vertelde dat ik mijn man echt mistte en dat het een rotweekend was. Het maakte iets los.
De echte druppel kwam de dag erna. Mijn ene kind was voor de zoveelste keer ziek thuis met vage klachten waarvan we niet goed weten wat er aan de hand is. Als moeder maak je je dan toch een beetje zorgen. Toen de jongste huilend binnenkwam omdat hij nogal hard gevallen was met zijn fiets ging het lampje bij mij uit. De spreekwoordelijke laatste druppel. Ik belde mijn man maar gelukkig kwam hij net het erf opgereden. Ik zei: “ik kan dit niet meer“.
Een lang gesprek volgde. Over angst, depressie en boosheid. Ik heb daarna direct contact gezocht met mijn psycholoog. Ook heb ik de volgende ochtend direct de huisarts gebeld en een afspraak gemaakt. Want een van de angsten die speelde was de aanhoudende buikpijn waar ik sinds de ingreep mee kampte. In oktober had ik een cyste op mijn eierstok. Stel dat dit weer zo zou zijn?
De huisarts regelde de doorverwijzing voor de psycholoog en stuurde mij ook door voor een echo van mijn buik. Daar kon ik twee dagen later terecht. Het wachten op de uitslag was zenuwslopend maar bleek achteraf goed.
Binnenkort is er weer een controle bij de vaatpoli. Dan bespreek ik de buikpijn. Het is waarschijnlijk een reactie op de laatste coiling.
Ik heb opnieuw gemerkt dat als je stopt met doen alsof het goed met je gaat je pas merkt hoe slecht het echt is. Erkennen wat er in je hoofd speelt is echt moeilijk. Want, dat betekent dat het echt zo is. En daarmee dealen is ronduit kut.
Ik haat die depressie en vind het pittig. Nooit eerder had ik ook last van angst. Ik gun mezelf weer therapie, zo zie ik dat. Tijd om weer te helen!








Plaats een reactie