Ik trek de emmer omhoog en neem het stukje verdriet eruit. Ik bekijk het, pak het beet en probeer het te verwerken. Elke keer een emmer, de ene keer voller en zwaarder dan de andere keer. Maar er zit nog zoveel in en de bodem komt maar niet in zicht. “Komt er ooit een einde aan?” vraag ik de psycholoog. “Misschien geen einde maar je leert wel er ruimte aan te geven”. En dat lijkt me fijn.
Hoe ik dit moet gaan doen is nog steeds niet een vraag die eenvoudig te beantwoorden is. Dat ik ruimte moet geven aan verdriet, een grotere doos moet maken ervoor is wel duidelijk. En ik heb ook wel handvaten gekregen hoe ik daaraan kan werken. Toch gaat het niet over.
Natuurlijk niet! Ik wil namelijk altijd dat als ik een probleem heb, ik dit kan aanpakken en het snel kan oplossen maar je snapt het al, dat werkt natuurlijk niet zo.
Dus begin ik ergens.
Creatief bezig zijn is altijd al een uitlaatklep van mij geweest. Ook deze blog is geboren uit noodzaak: het opschrijven van wat er allemaal in mijn hoofd spookt. Daarom gebruik ik dit nu opnieuw om te verwerken. De knutselspullen zijn weer uit de kast en ik heb al heel wat zwart papier verscheurd, stiften leeg geschreven en prittstift verbruikt. Mijn boekje waarin ik maanden geleden ben gestopt te verwerken, noem het een verwerkingsboekje, ligt weer op mijn bureau open. Helpt het? Weet ik nog niet.
Het zal moeten blijken of het helpt bij de verwerking van al het verdriet. Of de put misschien toch een bodem blijkt te hebben zodat ik langzaam het verdriet er emmer voor emmer uit kan nemen. Ook de psycholoog gaf al aan dat hoewel je er soms even voor gaat zitten er ook niets kan komen. Dat heb ik ook al ervaren maar dat is niet erg. Ruimte geven is al oké. Of er is gebeurt is een volgende stap.
Ik denk dat jezelf aan leren dat ruimte geven mag en kan eerst genoeg is.
Mocht je me zoeken? Ik ben even een emmertje water halen.







Geef een reactie op Anoniem Reactie annuleren